Een boete ontvangen? Laat hem punt voor punt controleren.
Mijn boete controlerenIn het Belgische verkeersrecht bepaalt de termijn alles. Wie 30 dagen heeft om een bevel tot betaling te betwisten en op dag 31 reageert, is definitief onontvankelijk, ongeacht hoe sterk het verweer was. Deze gids verzamelt alle wettelijke termijnen die u als bestuurder kunt tegenkomen en geeft per termijn de exacte juridische basis (zie Wet 16.03.1968 en het Wetboek van Strafvordering), het startpunt (de "dies a quo") en de wijze van indiening.
De volledige termijntabel
| Mechanisme | Wettelijke termijn | Vorm | Wettelijke basis |
|---|---|---|---|
| Onmiddellijke inning (overschrijving) | 10 dagen na verzending van de documenten; voor wie niet in België woont: de termijn op het document | Betaling | art. 12 KB 19.04.2014 |
| Minnelijke schikking | 15 dagen tot 3 maanden | Brief naar parket | art. 216bis §2 Sv. |
| Bevel tot betaling | 30 dagen na ontvangst (vermoed op de 10e werkdag na de datum van het bevel) | Verzoekschrift Politierechtbank | art. 65/1 §2 Wet 16.03.1968 |
| Verzet vonnis (verstek) | 15 dagen | Door gerechtsdeurwaarder | art. 187 Sv. |
| Hoger beroep | 30 dagen vanaf de uitspraak (vonnis op tegenspraak) | Verklaring griffie + verzoekschrift met grieven | art. 203 en 204 Sv. |
| Cassatie | 15 dagen | Verklaring griffie | Wetboek van Strafvordering |
Het startpunt — de "dies a quo"
Het startpunt van een termijn (in het Latijn "dies a quo") is in België een vaak misbegrepen concept. Voor verkeerszaken gelden de volgende regels:
- Onmiddellijke inning: vanaf de overhandiging op het terrein of de aanbieding van de betalingsuitnodiging.
- Minnelijke schikking: de datum die op het document zelf staat vermeld door het parket.
- Bevel tot betaling: de datum van ontvangst. De wet vermoedt dat het bevel ontvangen is op de tiende werkdag na zijn datum (art. 65/1 §1); kunt u een latere werkelijke ontvangst aantonen, bewaar dan het bewijs ervan.
- Vonnis: de datum van betekening (verzet tegen een verstekvonnis) of de uitspraakdatum (hoger beroep tegen een vonnis op tegenspraak).
De 30 dagen van het bevel tot betaling — concreet voorbeeld
Stel dat u op dinsdag 7 april 2026 een bevel tot betaling ontvangt na een snelheidsovertreding. De berekening:
- Dag 0 = 7 april (datum van ontvangst)
- Dag 1 = 8 april (start van de termijn)
- Dag 30 = donderdag 7 mei 2026 — uiterste datum voor neerlegging van het verzoekschrift
Kunt u de ontvangstdatum niet aantonen, reken dan met het wettelijk vermoeden: het bevel geldt als ontvangen op de tiende werkdag na de datum die erop staat.
Uw verzoekschrift moet uiterlijk op donderdag 7 mei 2026 om 23u59 door de griffie van de Politierechtbank zijn ontvangen, of door bpost zijn afgestempeld bij aangetekende zending. Bij een e-mail geldt het bewijs van verzending naar het adres dat op het bevel staat.
De 15 dagen op de minnelijke schikking
Op de minnelijke schikking staat doorgaans een betaaltermijn van 15 dagen gedrukt. Dit is geen wettelijk minimum maar de discretionaire keuze van het parket binnen de marge van art. 216bis §2 Sv. (15 dagen minimum tot 3 maanden maximum). Bij gemotiveerd verzoek kan het parket de termijn verlengen, maar dit moet schriftelijk worden gevraagd vóór het verstrijken.
Verzet (15 dagen) en hoger beroep (30 dagen)
Indien u voor de Politierechtbank verschijnt en de rechter u veroordeelt:
- Bij vonnis op tegenspraak: 30 dagen vanaf de uitspraak om hoger beroep aan te tekenen (art. 203 Sv.) bij de Correctionele Kamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg, met een verzoekschrift met grieven binnen dezelfde termijn (art. 204 Sv.).
- Bij verstek (u was afwezig): 15 dagen verzet vanaf de betekening (art. 187 Sv.). Het verzet stelt u in staat om opnieuw voor dezelfde Politierechter te verschijnen.
- Cassatie: 15 dagen vanaf het arrest in beroep, enkel op rechtspunten.
De verzendtermijn van het afschrift van het PV: 30 dagen (art. 62, lid 8)
Eén termijn loopt tegen de overheid, niet tegen u. Sinds 1 juli 2026 (wet van 25 mei 2026, B.S. 8 juni 2026) bepaalt artikel 62, lid 8 van de Wet van 16 maart 1968 dat een afschrift van het proces-verbaal aan de geïdentificeerde overtreder, de houder van de nummerplaat of de gebruikelijke bestuurder wordt gezonden binnen 30 dagen te rekenen van de datum van de feiten; kan de identiteit of het adres niet meteen worden vastgesteld, dan begint die termijn pas te lopen zodra dat wel kan. Vóór 1 juli 2026 was dat veertien dagen na de vaststelling, tegenover dertig vandaag.
Een laattijdige verzending doet het PV zijn bijzondere bewijswaarde verliezen: de vaststellingen gelden dan nog als eenvoudige inlichtingen die de rechter vrij beoordeelt (Cass. 12 december 2017, P.17.0888.N). Het PV wordt niet nietig en de boete vervalt niet: het is een argument voor de politierechter, geen reden waarom de vervolging zou wegvallen. Voor feiten van vóór 1 juli 2026 waarvan het afschrift na die datum werd verzonden, is geen overgangsregel gevonden: een verzending tussen de 15e en de 30e dag kunt u niet als een zekere onregelmatigheid voorstellen.
Wat als u in het buitenland verblijft?
Voor overtredingen begaan door een persoon zonder woonplaats of vaste verblijfplaats in België voorziet hoofdstuk 3 van het KB van 19 april 2014 in een eigen procedure; de termijn staat op het document dat u ontvangt. Voor het bevel tot betaling bestaat geen verlengingsregel: de 30 dagen zijn dezelfde voor inwoners en niet-inwoners. Wie regelmatig in het buitenland is, kan best een woonstkeuze doen bij een vertrouwenspersoon in België of een verzekeraar inschakelen die de post opvolgt.
Bewijs van tijdige indiening
Het bewijs van tijdige indiening berust op u. Art. 65/1 §2 laat drie kanalen toe:
- Aangetekende brief met ontvangstbewijs — bpost overhandigt een ontvangstbewijs met datumstempel.
- Neerlegging ter griffie — de griffier van de Politierechtbank dateert en stempelt het verzoekschrift bij ontvangst.
- E-mail — enkel naar het adres dat op het bevel vermeld staat.
Gebruik Just-on-web enkel als het bevel dat kanaal vermeldt. Een gewone brief, een fax of een e-mail naar het parket of naar een ander adres leveren geen bewijs van tijdige indiening op.
De rol van de griffie en de gerechtsdeurwaarder
De griffie van de Politierechtbank ontvangt verzoekschriften en geeft een dossiernummer. Een verstekvonnis wordt u door een gerechtsdeurwaarder betekend; die betekening is het startpunt van uw verzettermijn van 15 dagen.
Onthoud: in het Belgische verkeersrecht is de klok uw belangrijkste tegenstander. Reageer altijd binnen de eerste week na ontvangst, begin uw betwisting onmiddellijk en wacht nooit tot de laatste dag.
Veelgestelde vragen
Loopt de termijn vanaf de verzending of vanaf de ontvangst?
Verlengt een zondag of feestdag de termijn?
Wat als ik in het buitenland was bij de aanbieding van het bevel?
Welke kanalen zijn toegelaten om het bevel tot betaling te betwisten?
Welke termijn heb ik om hoger beroep aan te tekenen tegen een vonnis?
Wat als ik de aangetekende brief pas na de termijn ontvang?
Verder lezen
Boete laten controleren door SosBoete →Volledige analyse op basis van Belgisch verkeersrecht — gratis.Gerelateerde gidsen
Verkeersboete betwisten in België: stappenplan en grondenMinnelijke schikking, bevel tot betaling of dagvaarding? U heeft 30 dagen na het bevel (art. 65/1 Wet 16.03.1968) om te betwisten. Stap voor stap.Minnelijke schikking of bevel tot betaling?De schikking is een aanbod, het bevel is een uitvoerbare titel. U heeft 30 dagen om het bevel te betwisten (art. 65/1 Wet 16.03.1968). Het verschil.Snelheidsovertreding België: boete en tolerantieSnelheidsboete in België: marge van 6 km/u of 6 %, onmiddellijke inning, drempels voor de politierechtbank en gronden om te betwisten.Een boete ontvangen? Laat hem punt voor punt controleren.
Mijn boete controleren