Een boete ontvangen? Analyseer hem in 3 minuten.
Mijn boete analyserenMet meer dan 4 miljoen vastgestelde snelheidsovertredingen per jaar is overdreven snelheid de meest voorkomende verkeersinbreuk in België. Tussen de officiële tarieven, de technische tolerantie van 6 km/u of 6 %, de opdeciemen ×10 sinds februari 2026 en de strafdrempel van art. 29 §3 Wet 16.03.1968 is het echter moeilijk om te weten wat u juist riskeert. Deze gids verzamelt de tarieven 2026, de tolerantieregels, de drempels die naar de Politierechtbank leiden en de concrete betwistingsgronden.
Snelheidslimieten als basis
Volgens art. 11 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer ("Wegcode") gelden de volgende standaardlimieten:
- Bebouwde kom: 50 km/u (vaak verlaagd tot 30 in zone 30, schoolomgevingen of woonerven)
- Buiten de bebouwde kom: 70 km/u in Vlaanderen (sinds 2017), 90 km/u in Wallonië en Brussel
- Autosnelweg: 120 km/u
- Zone 30: 30 km/u
- Woonerf: 20 km/u
Een afwijkende limiet moet steeds aangekondigd zijn door het correcte verkeersbord (B14 voor de aanvang, einde van de zone door het corresponderende bord). Een overtreding kan niet bewezen worden indien de signalisatie ontbreekt — een principe dat in de Belgische rechtspraak vaak werd bevestigd.
Tarieven 2026 — formule en voorbeelden
De Belgische snelheidsboete werkt niet proportioneel vanaf de eerste km/u: de eerste 10 km/u overschrijding zijn forfaitair, en enkel de km/u bóven 10 worden per eenheid aangerekend. Sinds de indexering van 1 juli 2026 (+10 %):
- De eerste 10 km/u: 58 € (voordien 53 €).
- Elke bijkomende km/u buiten de bebouwde kom en op de autosnelweg: + 7 € (voordien 6 €).
- Elke bijkomende km/u in de bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf en erf: + 12 € (voordien 11 €).
Daarbovenop komt een administratieve toeslag van 10,67 €.
Wilt u het bedrag voor uw eigen meting kennen? Gebruik de rekenmodule om uw snelheidsboete te berekenen — die past de technische marge toe, controleert de drempels van art. 29 §3 en toont wat elke volgende stap kost.
| Zone | Formule | +10 km/u | +20 km/u | +30 km/u |
|---|---|---|---|---|
| Bebouwde kom / zone 30 / schoolomgeving | 58 €, daarna + 12 €/km/u boven 10 | 58 € | 178 € | 298 € (meer dan 30: dagvaarding) |
| Buiten de bebouwde kom / autosnelweg | 58 €, daarna + 7 €/km/u boven 10 | 58 € | 128 € | 198 € |
Opmerking: deze bedragen zijn de onmiddellijke inning op grond van het KB van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van inbreuken inzake het wegverkeer. Bij doorverwijzing naar de minnelijke schikking of het bevel tot betaling worden ze hoger.
De drempels van art. 29 §3 — wanneer u verplicht voor de Politierechter komt
Art. 29 §3 van de Wet van 16 maart 1968 bepaalt dat de volgende overschrijdingen automatisch buiten het systeem van de onmiddellijke inning vallen en rechtstreeks tot een dagvaarding voor de Politierechtbank leiden:
- meer dan 40 km/u boven de toegelaten snelheid op gewone wegen of autosnelwegen
- meer dan 30 km/u in een bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf of erf
Op de Politierechtbank bedraagt de basisboete van art. 29 §3 10 € tot 500 €, te vermenigvuldigen met de wettelijke opdeciemen ×10 sinds 1 februari 2026 — effectief dus 100 € tot 5.000 €, buiten gerechtskosten en de bijdrage aan het Bijzonder Fonds voor hulp aan slachtoffers. Daarnaast bepaalt art. 29 §3 dat deze overschrijdingen worden gestraft met een verval van het recht tot sturen van 8 dagen tot 5 jaar: het verval maakt deel uit van de straf en is dus geen loutere faculteit van de rechter — wat de rechter beoordeelt, is de duur en het eventuele uitstel. Bij herhaling binnen drie jaar (art. 38 §6) wordt het verval verplicht en loopt het minimum op van 3 naar 6 en 9 maanden.
De technische tolerantie van 6 km/u of 6 %
Sinds 2022 wordt op de bruto gemeten snelheid een technische correctie toegepast in het voordeel van de bestuurder:
- Onder 100 km/u: -6 km/u
- Vanaf 100 km/u: -6 % van de gemeten snelheid
De gecorrigeerde snelheid is de juridisch in aanmerking genomen snelheid. Deze regel geldt voor alle types meetapparatuur: vaste flitspaal, mobiele radar, lidar en trajectcontrole.
De bewijswaarde van de flitspaal — art. 62
Art. 62 Wet 16.03.1968 verleent een bijzondere bewijswaarde aan vaststellingen door geijkte meetapparatuur, op voorwaarde dat:
- het toestel een typegoedkeuring heeft van de FOD Economie, dienst Metrologie
- het toestel een geldige periodieke ijking heeft (tweejaarlijks, KB 12.10.2010)
- de bediening conform de gebruiksaanwijzing is gebeurd
- het PV de identificatie van het toestel en de bedienende verbalisant vermeldt
Een tekortkoming op één van deze punten is een nietigheidsgrond die de Politierechter in aanmerking kan nemen. Het ijkcertificaat moet op verzoek beschikbaar zijn voor de verdediging.
Concrete betwistingsgronden
Verschillende technische en procedurele gronden kunnen een snelheidsboete betwistbaar maken. Een eerste motief is het gebrek aan conforme signalisatie: art. 11 van het KB van 1 december 1975 vereist een correct geplaatst B14-bord op de plaats van de meting; fotografeer het bord op het tijdstip overeenkomstig met dat van het PV. Een tweede grond is een verlopen ijking: art. 62 van de Wet van 16 maart 1968 vereist een geldig metrologisch certificaat van de FOD Economie - dienst Metrologie; vraag het ijkcertificaat op bij het parket. Een derde grond raakt de meetketen zelf: een trajectcontrole vereist twee gecertificeerde meetpunten en een ononderbroken keten. Tot slot biedt art. 67bis een weerlegbaar vermoeden bij onbekende bestuurder, en kan een vormgebrek van het PV (ontbrekende handtekening, foutieve datum, onleesbare verbalisant) een nietigheidsgrond opleveren.
De Belgische bevoegde overheden
De federale wegpolitie voert de meeste vaststellingen uit, vaak met steun van de lokale politie. Het PV gaat naar het parket van de Procureur des Konings dat beslist over minnelijke schikking, bevel tot betaling of dagvaarding. De Politierechtbank is de bevoegde rechter op grond van art. 138 Gerechtelijk Wetboek. De FOD Economie, dienst Metrologie, certificeert de meetapparatuur. Vias institute publiceert jaarlijks statistieken.
Begrijp de regels en u verdedigt zich beter — wacht niet tot het bevel tot betaling vervalt, want na 30 dagen is uw verweer juridisch dood.
Veelgestelde vragen
Wat is de werkelijke tolerantie van een Belgische flitspaal?
Sinds de hervorming van 2022 wordt op de gemeten snelheid een technische marge afgetrokken: 6 km/u onder de 100 km/u en 6 % boven de 100 km/u. Dit is een correctie ten gunste van de bestuurder. Een gemeten snelheid van 96 km/u in een zone van 90 km/u wordt dus gefactureerd als 90 km/u en levert geen boete op. Boven 100 km/u: een gemeten 130 km/u op de autosnelweg wordt 130 - 6 % = 122 km/u, wat in een 120-zone slechts 2 km/u overschrijding oplevert.
Moet de flitspaal verplicht geijkt zijn?
Ja. Art. 62 van de Wet van 16 maart 1968 vereist dat het meetinstrument is goedgekeurd en geijkt. De ijking gebeurt door de Metrologie-dienst van de FOD Economie. De periodieke ijking gebeurt tweejaarlijks (KB 12.10.2010), niet jaarlijks. Het ontbreken van een geldige ijking is een nietigheidsgrond die de Politierechter in aanmerking kan nemen. U kunt het ijkcertificaat opvragen bij de Procureur des Konings als onderdeel van uw verzoekschrift.
Snelheid van 35 km/u boven de limiet in een bebouwde kom: word ik automatisch gedagvaard?
Bijna altijd. Art. 29 §3 Wet 16.03.1968 omschrijft een overschrijding van meer dan 30 km/u in een bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf of erf als een zware inbreuk waarvoor onmiddellijke inning wettelijk uitgesloten is. Het parket dagvaardt rechtstreeks voor de Politierechtbank. Art. 29 §3 bepaalt dat zulke overschrijdingen worden gestraft met een verval van het recht tot sturen van 8 dagen tot 5 jaar: het verval hoort bij de straf, enkel de duur en een eventueel uitstel liggen bij de rechter.
Wat als ik niet weet wie er reed?
Op grond van art. 67bis Wet 16.03.1968 geldt voor de houder van de nummerplaat een wettelijk vermoeden van bestuurderschap. U kunt dit vermoeden weerleggen door binnen 15 dagen de werkelijke bestuurder schriftelijk te identificeren bij het parket. Doet u dat niet, dan wordt u zelf vervolgd. Voor leasingcontracten of bedrijfswagens loopt deze plicht via de juridische verantwoordelijke binnen het bedrijf.
Geldt de tolerantie ook voor traject- en sectiecontroles?
Ja. Trajectcontroles meten de gemiddelde snelheid over een traject en passen dezelfde technische marge toe (6 km/u of 6 %). De juridische basis is identiek (art. 62 Wet 16.03.1968). Een trajectcontrole vereist wel een dubbele plaatsbepaling en een continue keten van meetapparatuur, wat in geval van defect een argument tot nietigheid kan vormen.
Wat is een 'opdeciem' en hoe beïnvloedt die mijn boete?
De opdeciemen zijn een wettelijke vermenigvuldiging die wordt toegepast op de basisboetes van het Wetboek van Strafrecht en bijwetten zoals de Wet 16.03.1968. Sinds 1 februari 2026 is de vermenigvuldigingsfactor opgetrokken van ×8 naar ×10 (Wet van 5 maart 1952 zoals gewijzigd door de Wet van 19 december 2025). Een basisboete van 200 € voor de Politierechter wordt dus effectief 2.000 € — een stijging van 25 % ten opzichte van vóór februari 2026.
Verder lezen
Boete laten controleren door SosBoete →Volledige analyse op basis van Belgisch verkeersrecht — vanaf 35 €.
Gerelateerde gidsen
Minnelijke schikking, bevel tot betaling of dagvaarding? U heeft 30 dagen na het bevel (art. 65/1 Wet 16.03.1968) om te betwisten. Stap voor stap.
Termijn om een verkeersboete te betwisten: 30 dagenBevel tot betaling: 30 dagen (art. 65/1 Wet 16.03.1968). Minnelijke schikking: 15 dagen tot 3 maanden. Verzet 15 dagen, hoger beroep 30 dagen.
Minnelijke schikking verkeersboete of bevel tot betalingDe schikking is een aanbod, het bevel is een uitvoerbare titel. U heeft 30 dagen om het bevel te betwisten (art. 65/1 Wet 16.03.1968). Het verschil.
Een boete ontvangen? Analyseer hem in 3 minuten.
Mijn boete analyseren