Vul de gemeten snelheid, de toegelaten snelheid en het type zone in. De rekenmodule past de technische marge toe, bepaalt of u nog binnen de onmiddellijke inning valt, en toont wat elke volgende stap kost.
Het brutocijfer op uw PV, vóór de technische marge.
€ 178
onmiddellijke inning · 20 km/u te snel
Na aftrek van de technische marge van 6 km/u bedraagt de juridisch weerhouden snelheid 70 km/u, oftewel 20 km/u te snel.
| Onmiddellijke inning€ 58 voor de eerste 10 km/u + 10 × € 12 | € 178 |
|---|---|
| Administratieve toeslag | € 10,67 |
| Te betalen | € 188,67 |
| Minnelijke schikking (bij niet-betaling)Ongeveer 35 % meer dan de onmiddellijke inning. | ± € 240 |
| Bevel tot betaling (bij niet-betaling)Plus € 25,32 administratieve kosten en € 200 bijdrage aan het Bijzonder Fonds voor hulp aan slachtoffers. | ± € 324 |
Bedragen volgens het KB van 19 april 2014, geïndexeerd op 1 juli 2026. Een raming op basis van de door u ingevulde gegevens — het bedrag op uw PV blijft doorslaggevend.
Twee misverstanden maken dat mensen hun boete zelf verkeerd narekenen. Het eerste is dat het tarief proportioneel zou zijn vanaf de eerste km/u. Dat is het niet: een forfait van 58 € dekt de eerste tien km/u overschrijding, en pas de km/u bóven tien worden per eenheid aangerekend. Het tweede is dat de gemeten snelheid de snelheid zou zijn waarop u wordt beboet. Ook dat klopt niet — daar gaat eerst een wettelijke technische marge af.
| Zone | Formule | +10 km/u | +20 km/u | +30 km/u |
|---|---|---|---|---|
| Bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf en erf | 58 €, daarna + 12 €/km/u boven 10 | 58 € | 178 € | 298 € |
| Buiten de bebouwde kom en autosnelweg | 58 €, daarna + 7 €/km/u boven 10 | 58 € | 128 € | 198 € |
Bij elk van deze bedragen komt een administratieve toeslag van 10,67 €. De tarieven zijn die van het KB van 19 april 2014, geïndexeerd op 1 juli 2026 — de eerste aanpassing sinds 2017, goed voor ongeveer 10 % meer. Wie oudere bedragen tegenkomt (53 € voor het forfait, 6 € en 11 € per km/u), leest een tarief van vóór die datum.
Sinds de hervorming van 2022 wordt op de bruto gemeten snelheid een correctie toegepast in het voordeel van de bestuurder: 6 km/u onder de 100 km/u, en 6 % van de gemeten snelheid vanaf 100 km/u. Wat overblijft is de weerhouden snelheid, en dat is de enige die juridisch telt. De regel geldt voor elk type toestel: vaste flitspaal, mobiele radar, lidar en trajectcontrole.
Concreet: een meting van 96 km/u in een zone 90 wordt weerhouden op 90 km/u en levert geen boete op. Een meting van 156 km/u op een autosnelweg met limiet 120 wordt na aftrek van 6 % (9,4 km/u) weerhouden op 146,6 km/u, oftewel 26 km/u te snel — 58 € + 7 × 16 = 170 €. Staan er op uw PV geen twee snelheden, vraag dan na welke marge werd toegepast; de gids over snelheidsovertredingen zet uit hoe u dat doet.
Art. 29 §3 van de Wet van 16 maart 1968 sluit de onmiddellijke inning uit boven 30 km/u overschrijding in de bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf en erf, en boven 40 km/u elders. Daar valt niets meer te berekenen: het parket dagvaardt rechtstreeks voor de politierechtbank. De basisboete van 10 € tot 500 € wordt vermenigvuldigd met de wettelijke opdeciemen — sinds 1 februari 2026 ×10 in plaats van ×8 — wat neerkomt op 100 € tot 5.000 € effectief, buiten gerechtskosten. Bovendien bepaalt art. 29 §3 dat zulke overschrijdingen worden gestraft met een verval van het recht tot sturen van 8 dagen tot 5 jaar: het verval hoort bij de straf, alleen de duur en een eventueel uitstel liggen bij de rechter.
Elke stap in de procedure verhoogt het bedrag met ongeveer 35 %. De onmiddellijke inning is het eerste voorstel. Betaalt u niet, dan volgt een minnelijke schikking van het parket, ruwweg 35 % hoger. Blijft ook die onbetaald, dan volgt een bevel tot betaling, opnieuw ongeveer 35 % hoger, verhoogd met 25,32 € administratieve kosten en 200 € bijdrage aan het Bijzonder Fonds voor hulp aan slachtoffers. Vanaf dat bevel loopt een termijn van 30 dagen om een gemotiveerd verzoekschrift in te dienen (art. 65/1 §4). Daarna is het bevel uitvoerbaar en neemt de FOD Financiën over.
Het verschil is niet theoretisch: een overschrijding van 20 km/u in de bebouwde kom gaat van 178 € naar ongeveer 240 € en vervolgens naar ongeveer 324 €. De gids over de minnelijke schikking en het bevel tot betaling legt uit welk document u precies in handen hebt en welke termijn er dan loopt.
Wijkt het bedrag op uw document sterk af van de berekening hierboven, dan is dat een aanwijzing dat er iets niet klopt — een verkeerde zone (12 €/km/u aangerekend buiten de bebouwde kom), een limiet die niet overeenstemt met de signalisatie ter plaatse, of een marge die niet werd toegepast. Ook een verlopen ijking van het toestel is een klassieke grond: de periodieke ijking gebeurt tweejaarlijks (KB 12.10.2010), en het ijkcertificaat kunt u opvragen bij het parket. De gids over het betwisten van een verkeersboete zet de gronden en de procedure stap voor stap uiteen.
In twee stappen. Eerst gaat er een technische marge af van de gemeten snelheid: 6 km/u onder de 100 km/u, 6 % vanaf 100 km/u. Het resultaat is de juridisch weerhouden snelheid. Op de overschrijding daarvan wordt het tarief van het KB van 19 april 2014 toegepast: een forfait van 58 € dekt de eerste 10 km/u, en enkel de km/u bóven 10 worden per eenheid aangerekend — 7 € per km/u buiten de bebouwde kom en op de autosnelweg, 12 € per km/u in de bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf en erf. Daarbovenop komt een administratieve toeslag van 10,67 €.
Ja, en dat is de fout die het vaakst wordt gemaakt bij het zelf narekenen. Het tarief is niet proportioneel vanaf de eerste km/u. Wie 10 km/u te snel rijdt in de bebouwde kom betaalt 58 €, niet 10 × 12 €. Pas vanaf de elfde km/u loopt het bedrag per km/u op: 20 km/u te snel in de bebouwde kom is 58 € + 10 × 12 € = 178 €.
Het PV vermeldt de gemeten snelheid en de weerhouden snelheid. Alleen die tweede telt juridisch. Zij is het resultaat van de technische marge die art. 62 van de Wet van 16 maart 1968 oplegt in het voordeel van de bestuurder — 6 km/u onder 100 km/u, 6 % daarboven. Een meting van 96 km/u in een zone 90 levert een weerhouden snelheid van 90 km/u op en dus geen boete.
Boven 30 km/u overschrijding in een bebouwde kom, zone 30, schoolomgeving, woonerf of erf, en boven 40 km/u elders. Art. 29 §3 van de Wet van 16 maart 1968 sluit de onmiddellijke inning voor die overschrijdingen wettelijk uit: het parket dagvaardt rechtstreeks voor de politierechtbank. Er bestaat daar dus geen tarief. De basisboete van 10 € tot 500 € wordt vermenigvuldigd met de opdeciemen ×10 sinds 1 februari 2026, wat neerkomt op 100 € tot 5.000 € effectief, buiten gerechtskosten, plus een verval van het recht tot sturen van 8 dagen tot 5 jaar.
Waarschijnlijk omdat u niet meer in de fase van de onmiddellijke inning zit. Elke stap verhoogt het bedrag met ongeveer 35 %: de minnelijke schikking van het parket ligt zo’n 35 % boven de onmiddellijke inning, en het bevel tot betaling opnieuw 35 % boven de schikking, verhoogd met 25,32 € administratieve kosten en 200 € bijdrage aan het Bijzonder Fonds voor hulp aan slachtoffers. Controleer bovenaan uw document welk van de drie u in handen hebt.
Ja. Een trajectcontrole meet de gemiddelde snelheid over een traject en past dezelfde technische marge en hetzelfde tarief toe; de rechtsgrond is identiek (art. 62 Wet 16.03.1968). Het verschil zit in de betwistingsgronden: een trajectcontrole vereist twee geijkte meetpunten en een ononderbroken meetketen, wat bij een defect een nietigheidsgrond kan opleveren.
Nee. Het is een raming op basis van de gegevens die u invult, met de officiële tarieven van het KB van 19 april 2014 zoals geïndexeerd op 1 juli 2026. Het bedrag dat op uw PV of onmiddellijke inning staat, is het bedrag dat geldt. Wijkt het sterk af van de berekening, dan is dat op zich een reden om het document na te kijken — verkeerde zone, verkeerde limiet of een marge die niet werd toegepast.