Een boete ontvangen? Laat hem punt voor punt controleren.
Mijn boete controlerenDe gordel- en kinderzitjesregels behoren tot de oudste en meest gehandhaafde bepalingen van de Belgische Wegcode. Het ontbreken van een gordel is een inbreuk van de tweede graad met een onmiddellijke inning van 128 € sinds 1 juli 2026, terwijl het ontbreken van een aangepast kinderzitje voor minderjarigen onder 135 cm een derde graad-inbreuk vormt met een boete van 191 €. Deze gids verzamelt de regels, de uitzonderingen en de bedragen.
De wettelijke basis — art. 35 KB 01.12.1975
Het volledige regime van de gordel en de kinderbeveiliging is geregeld in art. 35 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer. De graad van de inbreuken werd vastgesteld door het KB van 30 september 2005 tot aanwijzing van de zware overtredingen; de bedragen van de onmiddellijke inning zijn die van het KB van 19 april 2014 zoals gepubliceerd door de FOD Mobiliteit op 1 juli 2026. Voor verdere achtergrond bij vrijstellingen op medische gronden, zie FOD Mobiliteit.
| Inbreuk | Wettelijke basis | Graad | Onmiddellijke inning |
|---|---|---|---|
| Gordel niet gedragen | art. 35.1 KB 01.12.1975 | 2e | 128 € |
| Kind < 135 cm zonder aangepast zitje | art. 35.1.2 KB 01.12.1975 | 3e | 191 € |
| Helm motor / bromfiets niet gedragen | art. 36 KB 01.12.1975 | 2e | 128 € |
| Niet gehomologeerde helm | art. 36 KB 01.12.1975 | 2e | 128 € |
Wie moet de gordel dragen?
De regel is universeel: iedereen op een uitgeruste zitplaats. Dit betekent:
- de bestuurder, ongeacht leeftijd
- elke voorpassagier
- elke achterpassagier op een zitplaats voorzien van een gordel
- passagiers in taxi's en huurwagens (alleen de taxichauffeur zelf is vrijgesteld, zie hieronder)
Verantwoordelijkheid: elke meerderjarige is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen gordel. De bestuurder is verantwoordelijk voor minderjarigen onder 18 jaar in zijn voertuig — hij riskeert dus voor elk niet-gegord kind een afzonderlijke boete.
De regel "kinderen < 135 cm én < 18 jaar"
Een kind dat jonger is dan 18 jaar én kleiner dan 135 cm, moet in een aangepast kinderbeveiligingssysteem (art. 35.1.1). Zodra het kind 135 cm meet (of 18 jaar wordt), volstaat de veiligheidsgordel.
Categorieën kinderzitjes (ECE R44/04 / R129 i-Size):
- Groep 0 / 0+: 0 - 13 kg (ruggewaarts, baby)
- Groep 1: 9 - 18 kg
- Groep 2/3: 15 - 36 kg (zitverhoger met rugleuning)
De i-Size-norm (R129) schrijft voor dat zitjes tot 15 maanden naar achteren gericht zijn. Op de voorbank is een ruggewaarts babyzitje enkel toegestaan als de airbag gedeactiveerd is — anders is het levensgevaarlijk en strafbaar.
Uitzonderingen en vrijstellingen
Op grond van art. 35.2.1 KB 01.12.1975 bestaan beperkte uitzonderingen:
- Achteruit rijden / manoeuvres: tijdens manoeuvres in achteruit mag de bestuurder de gordel afdoen.
- Postbodes tijdens de postbedeling, op plaatsen die op korte afstand van elkaar liggen (art. 35.2.1, 5°).
- Medische vrijstelling: afgeleverd door de minister bevoegd voor verkeersveiligheid of zijn gemachtigde (aanvraagvergoeding 20 €, jaarlijks geïndexeerd); u moet ze op verzoek tonen (art. 35.2.1, 4° en 35.2.2).
- Prioritaire voertuigen in de gevallen die art. 35.2.1, 3° opsomt.
- Taxichauffeurs zijn vrijgesteld wanneer zij een klant vervoeren (art. 35.2.1, 2°); hun passagiers niet.
Voor de kinderzitjesplicht bestaan twee afzonderlijke uitzonderingen in art. 35.1.2: een derde kind van minstens 3 jaar achterin met de gordel als er na twee kinderzitjes geen plaats meer is, en incidenteel vervoer over korte afstand door iemand anders dan een ouder. Onder 3 jaar geldt geen uitzondering.
Helmplicht — art. 36
Op grond van art. 36 KB 01.12.1975 moeten de bestuurder en de passagiers van een motorfiets of een bromfiets (zonder passagiersruimte) een valhelm dragen, met een homologatieteken voor wie in België woont.
Voor een speedpedelec en, sinds 1 september 2026 (KB van 27 augustus 2026), voor een gemotoriseerd voortbewegingstoestel met een door constructie bepaalde maximumsnelheid van meer dan 20 km/u (zoals een snelle elektrische step) hebben bestuurder en passagier de keuze tussen een bromfietshelm of een fietshelm die slapen en achterhoofd beschermt. Die verplichting geldt niet voor personen met een verminderde mobiliteit die een toestel gebruiken dat uitsluitend voor hen bestemd is.
Voor een gewone fiets en een elektrische fiets tot 25 km/u is een helm niet wettelijk verplicht.
Verantwoordelijkheid en cumul van boetes
Bij een politiecontrole worden de inbreuken per persoon en per zitplaats vastgesteld. Dat betekent:
- 4 niet-gegorde inzittenden in één auto = 4 afzonderlijke PV's, niet één gecumuleerd PV
- 2 kinderen zonder kinderzitje = 2 × 191 € op naam van de bestuurder
- de bestuurder zelf zonder gordel + 1 kind zonder zitje = 128 € + 191 € = 319 € voor één controle
Bij ernstige meervoudige inbreuken of herhaling kan het parket beslissen om rechtstreeks te dagvaarden voor de Politierechter, waar de boete van de derde graad — 240 € tot 4.000 € voor feiten sinds 1 september 2026 (art. 29 §1 Wet 16.03.1968) — verhoogd wordt met de wettelijke opdeciemen ×1,25 (Wet 5 maart 1952 zoals gewijzigd door de wet van 16 maart 2026), effectief tot 5.000 €; voor eerdere feiten gaf 30 € tot 500 € × 10 hetzelfde plafond. Deze cumullogica geldt ook bij andere inbreuken van de derde graad, zoals door rood licht rijden.
Concrete betwistingsgronden
- Medische vrijstelling: toon ze op verzoek (art. 35.2.2) en leg een kopie voor aan het parket
- Defect gordelmechanisme: aantoonbaar door het garagebezoek na de feiten
- Manoeuvre achteruit: de uitzondering geldt enkel voor een bestuurder die achteruit rijdt
- Foutieve identificatie passagier: indien het PV de verkeerde persoon noemt
- Kind > 135 cm: meet de werkelijke lengte op de dag van de feiten
De Belgische bevoegde overheden
- Federale en lokale politie — vaststelling van de inbreuk
- Procureur des Konings — beslist over onmiddellijke inning, minnelijke schikking of dagvaarding
- Politierechtbank — bevoegd ten gronde
- FOD Mobiliteit en Vervoer — kadergevende overheid en publicatie van de Wegcode
- Minister bevoegd voor verkeersveiligheid of zijn gemachtigde — levert de medische vrijstellingen af (art. 35.2.1, 4°)
In België is de gordel niet onderhandelbaar en het kinderzitje niet uitstelbaar. De boetes zijn relatief laag in vergelijking met snelheid of alcohol, maar de cumul kan duur uitvallen — en bij een ongeval is het aandeel verantwoordelijkheid van een niet-gegorde persoon vaak doorslaggevend voor de schadevergoeding. Voor de procedurele stappen na ontvangst van een PV: zie onze gids over betwisting.
Veelgestelde vragen
Wie moet de veiligheidsgordel dragen?
Tot welke leeftijd moet een kind in een speciaal zitje?
Wat zijn de boetebedragen voor gordel en kinderzitje?
Mijn kind van 6 weegt 28 kg en is 1,28 m. Mag het zonder zitje?
Wat als ik in een taxi rij — moet de passagier achterin een gordel dragen?
Is een helm verplicht op een elektrische step of fiets?
Verder lezen
Boete laten controleren door SosBoete →Volledige analyse op basis van Belgisch verkeersrecht — gratis.Gerelateerde gidsen
Gsm achter het stuur: boete 191 € en intrekkingOnmiddellijke inning 191 € (3e graad, art. 8.4 KB 01.12.1975). Volgens de RTBF trekken veel parketten het rijbewijs 15 dagen in. Wanneer betwisten?Door rood rijden België: boete 191 € en betwistingOnmiddellijke inning 191 € (3e graad). Flitspaal of camera, jonge bestuurder, per ongeluk door rood — wanneer is de boete betwistbaar?Verkeersboete betwisten in België: stappenplan en grondenMinnelijke schikking, bevel tot betaling of dagvaarding? U heeft 30 dagen na het bevel (art. 65/1 Wet 16.03.1968) om te betwisten. Stap voor stap.Een boete ontvangen? Laat hem punt voor punt controleren.
Mijn boete controleren